RSS
 
+
 

Discriminatie veel vaker ervaren dan gemeld

 

Mensen die rassendiscriminatie ervaren, melden dit meestal niet bij een instantie. Meer dan 70 procent van de incidenten wordt nergens gemeld en komt dus ook niet in de cijfers terecht. De reden die het meest genoemd wordt om discriminatie niet te melden is dat men denkt dat melden geen zin heeft.
Dit blijkt uit de Monitor Rassendiscriminatie 2009, die op 1 juli naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De monitor bestaat uit een survey naar ervaringen met discriminatie en een inventarisatie van beschikbare gegevens over rassendiscriminatie in Nederland.  Uit de survey komt naar voren dat ervaren discriminatie onder de vier grootste groepen etnische minderheden in Nederland (Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen) licht gedaald is. In 2005 ervoer 47 procent van de ondervraagden discriminatie. In 2009 was dit 41 procent. Toch is dit nog altijd een hoog percentage. Ter vergelijking: van de ondervraagde autochtonen gaf 3 procent aan discriminatie op grond van ras te ervaren.

In een reactie geeft het kabinet aan, veel waarde te hechten aan de aanpak van discriminatie. Hierbij wordt verwezen naar de Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen, die elke burger in Nederland toegang biedt tot een laagdrempelige voorziening die hulp en advies kan bieden in geval van discriminatie. In de regio's Hollands Midden en Haaglanden wordt deze voorziening verzorgd door het Bureau Discriminatiezaken.

Om het belang van het melden onder de aandacht van het publiek te brengen wordt de landelijke publiekscampagne die in 2009 gevoerd werd in het najaar van 2010 herhaald. Gelet op het feit dat de overgrote meerderheid van de incidenten nergens gemeld wordt, is dit een zinvol initiatief.