Franse school maakt verboden onderscheid op grond van nationaliteit
De Commissie Gelijke Behandeling heeft geoordeeld dat het toelatingsbeleid van een in Nederland gevestigde Franse school verboden onderscheid maakt op grond van nationaliteit door het hebben van de Franse nationaliteit als toelatingscriterium te hanteren. De zaak was door het Bureau Discriminatiezaken aan de Commissie voorgelegd.
De school bevestigde dat leerlingen in beginsel op basis van nationaliteit worden geselecteerd, maar beriep zich op de wettelijke uitzondering die onderscheid op grond van nationaliteit toestaat indien dit gebaseerd is op algemeen verbindende voorschriften. Daarnaast beriep de school zich op de wettelijke uitzondering voor instellingen van bijzonder onderwijs. De Commissie oordeelde echter dat het beroep op beide uitzonderingen niet slaagt.
Het toelatingsbeleid is vastgesteld door de eigen schoolraad van de school en kan daarom niet worden beschouwd als een algemeen verbindend voorschrift, zoals bedoeld in de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Een algemeen verbindend voorschrift is een besluit afkomstig van een overheidsorgaan, dat tot wetgeving bevoegd is.
Ook is de Commissie is van oordeel dat, nog afgezien van de vraag of kan worden gesproken van een grondslag, niet is gebleken dat het hanten van nationaliteit als toelingscriterium noodzakelijk is voor de verwezenlijking van die grondslag (het zorg dragen voor de verspreiding van de Franse taal en cultuur).
Bovendien komt de Commissie tot de conclusie dat het toelatingsbeleid van de school leidt tot onderscheid op grond van het enkele feit van nationaliteit, hetgeen ook niet toegestaan zou zijn als de wettelijke uitzonderingen wel van toepassing waren.
Lees hier het volledige oordeel van de Commissie.